top of page

“Zijn jullie niet bang?”

  • 3 jun
  • 2 minuten om te lezen


“Zijn jullie niet bang?”

 

Wij zijn frietbakkers en vroeger was het spannendste in ons leven als we een keer de kibbeling te lang lieten doorbakken. Tot de oorlog in Oekraïne begon.

 

Onze eerste rit richting de grens. De chaos in Polen. Duizenden vluchtelingen. Mensen die huilden. De eindeloze stroom verhalen die binnenkwam. Het was allemaal spannend. Het eerste luchtalarm vond ik zelfs eng. Maar ook dat wende. Waar ik eerst nog de schuilkelder in ging, deed ik dat later helemaal niet meer. We gingen steeds verder Oekraïne in. Onze basis werd uiteindelijk Kramatorsk in de Donbas. En het werd steeds spannender.

 

Als we terug in Nederland waren, vonden we het gewone leven doodsaai.

We waren gewend geraakt aan actie. Aan spanning. Aan adrenaline.

We misten Oekraïne, maar misschien nog meer de spanning.

 

Ondertussen probeerden we zoveel mogelijk te doen. Acties die we vroeger veel te gevaarlijk zouden hebben gevonden, namen we juist aan. Dat waren vaak precies de acties die we wilden doen.

We sliepen nauwelijks maar voelden dat bijna niet eens. Adrenaline nam het over.

 

Iedere melding kon betekenen dat ergens mensen vastzaten die wij misschien konden ophalen. Het voelde alsof het bij ons niet mis kon gaan. En dat gaf energie omdat we het gevoel hadden dat we écht iets konden betekenen. Er waren ook geen kleine problemen meer. Iedere dag draaide om echte dingen. Veiligheid. Eten. Leven. Overleven.

 

Explosies werden langzaam achtergrondgeluid.

Een luchtalarm onderbrak ons gesprek nauwelijks nog.

 

We zagen gewonden. We zagen doden. Maar wij?

Wij waren niet bang. Wij voelden ons onsterfelijk.

En dat was juist het gevaarlijkste van alles.

Want je moet soms bang zijn om goed te kunnen functioneren.

 

Adrenaline was onze motor. Maar nu is dat veranderd.

We hebben vrienden verloren en gezien hoe snel het fout kan gaan.

 

En nu?

Ja. We zijn bang. Maar we gaan toch door.

Niet voor de adrenaline. Maar voor het resultaat.

Omdat er nog steeds gezinnen met kinderen vastzitten aan het front.

Omdat mensen nog steeds hulp nodig hebben.

 

Vroeger was adrenaline de motor.

Tegenwoordig is het de verantwoordelijkheid Nu zetten we onze angst bewust opzij. Soms zelfs met knikkende knieën. Ja, we zijn regelmatig bang.


 
 
bottom of page