top of page

''Ik weet niet wie. En dat wil ik zo houden.''

  • 25 mrt
  • 2 minuten om te lezen


Al jaren evacueert Denys Khrystov mensen uit gebieden waar niemand meer komt. Drie weken geleden raakte hij gewond bij een droneaanval. Niet ernstig. Inmiddels is hij alweer terug aan het werk. Zoals altijd.


Op 25 januari gingen we samen een evacuatie doen. Een vrouw met tientallen dieren. 20 honden en zo’n 35 katten. Te veel voor één auto. Denys zou het laatste stukje twee keer rijden met zijn auto, want onze gepantserde auto was niet geschikt voor de zeer slechte weg en de dikke sneeuw daar. Denys reed daarom alleen door.


We moesten wachten in Komyshuvakha, op 13 kilometer van de nullijn, midden in de zogenoemde killzone. We hoorden de inslagen. We waren er nog maar net, of we zagen een oudere dame op straat. We vroegen of we ergens konden schuilen. De oude vrouw knikte en Denys riep ons snel naar binnen, een flatgebouw in, met daaronder een schuilkelder.


In die kelder woonden nog vijf mensen. De rest was al lang gevlucht. Ze keken op van onze komst; bezoek kregen ze daar zelden.


Of we thee wilden.

Een kwartier later kwam ze terug met warme thee. Gewoon uit haar eigen keuken. Boven.

Ze vertelde dat ze nog kon koken. Ze hadden ergens een gasfles gevonden in een verlaten appartement. We zaten daar, eigenlijk wel heel gezellig, in een vochtige kelder, thee te drinken.


In de buurt waren tientallen flatgebouwen geraakt.

Drie dagen eerder waren er nog 14 vliegtuigbommen gevallen, vertelden ze, op slechts tweehonderd meter afstand. Droneaanvallen waren er dagelijks.


En toch woonden ze er nog. Waarom, vroegen we.

Lena zei dat ze zeven katten had en die niet wilde achterlaten.

Een ouder echtpaar vond het nog niet nodig om te vertrekken. Hun flatgebouw stond immers nog onbeschadigd. Het is voor ons moeilijk te begrijpen. Maar we zien het vaker. Mensen blijven. Steeds nog een beetje langer. Tot het moment dat het eigenlijk al te laat is.


Toen Denys terugkwam, brachten we de dieren over van zijn auto naar de onze en vertrok hij weer voor de rest. Wij bleven samen achter in die kelder.

Wij, en de aardige mensen die ons thee gaven,

Die ons gastvrij binnenhaalden alsof we beste vrienden waren.

En zo voelde het ook. Alsof we op bezoek waren bij vrienden.


Denys kwam al snel terug en we moesten vertrekken, want we moesten de geëvacueerde Olga, haar hond Rocky en de door haar geredde 60 dieren naar veiligheid brengen. We lieten veel lekkernijen en dierenvoer voor ze achter en gingen verder.


We hadden nog een pittige rit voor de boeg, maar de evacuatie lukte.

De vrouw en Rocky zitten (nu nog steeds) veilig in ons Holland House. De andere dieren hebben we elders veilig ondergebracht.


Ons leven ging weer door.

Totdat ik een paar weken later besloot om te bellen.

Met Lena. De vrouw met de katten. Ze nam op.

Ze was weg. Uit de flat. Zelf geëvacueerd. Met alle katten. Dat was het goede nieuws.


Maar het flatgebouw…

was een dag eerder geraakt.

Later hoorden we dat twee mensen het niet hadden overleefd.


Wij dachten terug aan die kelder.

Aan de thee. Aan de vijf mensen die daar nog woonden.

Twee van hen zijn er niet meer.


Ik weet niet wie.

En ik wil het ook niet weten.

 
 
bottom of page