"Slapen met mijn schoentjes aan”
- 18 mrt
- 2 minuten om te lezen

Soms vragen mensen mij: ben je niet moe?
En het eerlijke antwoord is dan: ja. Ik ben moe. Heel moe!
Drie weken geleden reed ik samen met Coen weer naar Oekraïne. En inmiddels zitten er alweer meer dan 6000 kilometer op. We hebben hard gewerkt. Lange dagen gemaakt met weinig slaap en veel indrukken.
Van Helmond reden we via Krakau naar de Oekraïense grens, door naar Lviv, Ternopil en Kyiv. In Kyiv deelden we voedselpakketten uit en daarna gingen we door naar ons Holland House in Dnipro. En vanaf daar werkten we in de regio’s Zaporizja en de Donbas, om mensen even te helpen, troosten of een geluksmomentje te bezorgen.
Dus ja, ik ben moe. Heel moe.
Maar ik moest van de week ook denken aan wat me heel erg is bijgebleven van een eerdere reis. Een meisje van een jaar of zeven smulde heerlijk van een frietje met ketchup en zei dat ze Anja heette. “Ik slaap met mijn schoentjes aan”, vertelde ze.
Ik moest even schakelen.
“Waarom dan, Anja?” vroeg ik haar.
Ze keek me aan alsof het de normaalste zaak van de wereld was en zei:
“Dan ben ik sneller klaar als ik met mama naar de schuilkelder ga.”
Dat was het.
Geen angst. Geen drama. Gewoon een praktische oplossing.
Onvoorstelbaar dat een moeder en haar dochtertje daar elke dag rekening mee moeten houden, omdat er ’s nachts waarschijnlijk weer (misschien zelfs meermaals) een luchtalarm zal afgaan en er misschien wel bommen of drones neerkomen op de plek waar zij wonen.
Dus ja, ik ben moe.
Maar niet zoals de soldaten in de loopgraven, die ook voor ons de hete kolen uit het vuur halen. Niet zoals een moeder die haar kinderen midden in de nacht wakker moet maken om uren te schuilen in een koude, vochtige kelder. En dus ook niet zo moe als Anja.
Dus ben ik moe? Nee, ik ben niet zo heel erg moe. Eigenlijk valt het best wel mee.


