top of page

''Zij gaan niet, wij oordelen niet''

  • 1 apr
  • 2 minuten om te lezen


Kort geleden kregen wij een tip over een opvanghuis voor mannen bij Pavlohrad. Er zou veel armoede zijn en dus gingen we kijken. Pavlohrad wordt dagelijks geraakt door shaheds, glijbommen en soms raketten. En toch gaat het leven door.


Bij aankomst zat de poort op slot. André liet ons binnen. Wat we zagen viel op: vooral jonge mannen in de kracht van hun leven. We keken elkaar aan. Moeten wij hier wel helpen? Deze mannen kunnen toch werken?


Binnen zagen we vier slaapkamers met 36 mannen en overal stapelbedden. Twee mannen in een rolstoel, hun voeten zwaar beschadigd. Ze hadden deze winter op straat geslapen. De voeten waren bevroren en moesten worden geamputeerd.


Het was netjes, maar arm. Mannen lagen op bed, speelden kaarten of keken tv. We deelden eten uit en vroegen hoeveel mannen een inkomen hadden. Twee.

Waarom werken ze niet gewoon, dachten wij.


En toen viel het kwartje.


De poort zat op slot en ging meteen dicht toen we binnen waren. De voordeur ook.

“Deze mannen zitten hier verstopt,” zei ik tegen Coen. Vrijwillig gevangen.


Ze moeten in dienst en als je je verstopt, stopt alles. Geen salaris, geen uitkering en rekeningen geblokkeerd. Als ze zich melden, moeten ze in dienst. Worden ze buiten aangehouden dan ook. Zonder ervaring betekent dat vaak één ding: het front en het front betekent een grote kans op de dood.


Wat moeten we hiervan vinden?

Als iedereen zich verstopt, wordt het land niet verdedigd. Maar wat als wij in oorlog waren?

Zou ik me melden of vluchten?


En wat als het mijn kind was?


Van een afstand is het makkelijk: wees een man, ga vechten.

Maar als het dichtbij komt…


Deze mannen gaan niet.

En wij oordelen niet.

 
 
bottom of page