''In een land hier heel ver vandaan is het nog een beetje oorlog''
- 15 apr
- 2 minuten om te lezen

Jongens, wat was er veel groot nieuws de afgelopen week.
Onze koning was in Amerika en at een hamburger. PSV werd kampioen.
En in mijn eigen Helmond bleek iemand al jaren te frauderen met dezelfde parkeerkaart.
Grote verhalen. Grote koppen.
Logisch dat er dan weinig ruimte overblijft voor bijzaken.
Zoals een oorlogje in Europa.
Vorige week liep ik door een horecagroothandel. Een man en vrouw spraken me aan.
“Jij bent toch een van die frietbakkers uit Oekraïne?”
“Klopt,” zei ik, “ik ben hier inkopen doen voor onze volgende reis.”
“Oh… ga je daar nog steeds naartoe? Zo ver weg?”
“Is daar nog steeds oorlog?”
Ik dacht even dat ik het niet goed hoorde.
“Jazeker,” zei ik. “Echt waar?” zei de vrouw.
“Daar hoor je niks meer van.”
En toen kwam hij met:
“Maar niet zo erg meer toch? Het is nog maar een beetje oorlog toch?”
Een beetje oorlog. Omdat we er minder over horen.
Omdat het geen groot nieuws meer is.
Laten we het eens klein maken. Gewoon even rekenen. In dit land in Europa, misschien wel minder ver van huis dan waar u met de caravan komende zomer naartoe op vakantie gaat.
Ongeveer 1.000 tot 1.300 russische slachtoffers per dag, dat is 30.000 tot 40.000 per maand.
Aan Oekraïense kant zo'n 10.000 tot 20.000.
Bij elkaar zo’n 40.000 tot 60.000 dode en gewonde slachtoffers per maand.
Elke dag dik meer dan duizend mensen. Elke dag.
Dat is elke dag een volledig dorp.
Dat zijn niet alleen cijfers. Dat zijn echte mensen.
En dat zijn alleen nog maar de militairen. Dan hebben we het nog niet eens over burgers. Burgers in het frontgebied worden niet eens geteld.
Maar gelukkig horen we er weinig meer over, over dat beetje oorlog heel ver weg.
Dat stelt gerust, toch?


