"Wat is het moeilijkste?"
- 13 mei
- 2 minuten om te lezen

Soms vragen mensen mij wat het moeilijkste is aan wat wij doen.
Niet de lange dagen. Niet het rijden. Niet eens het gevaar. Het moeilijkste is dat je op plekken komt waar het leven gewoon doorgaat. Terwijl het eigenlijk al lang niet meer kan.
Laatst zaten we in de Donbas bij een jonge familie binnen. Dicht aan het front. Maar de bewoners wilden nog steeds niet weg. Ze vonden het nog te vroeg. Er werd thee gezet. Er werd gepraat. Er werd zelfs gelachen. En buiten… buiten was het oorlog.
Dat contrast blijft het meest hangen.
Mensen die je aankijken alsof het allemaal wel meevalt. Die zeggen dat ze nog wel even blijven. Dat het “hier nog gaat”. Dat ze hun huis niet willen verlaten. Hun dieren niet willen achterlaten. Hun leven niet willen opgeven. Ondanks inslagen in de buurt. En ik begrijp dat. Want wat heb je nog en wat blijft er van je over als je alles achterlaat? Maar tegelijkertijd weet je ook: dit gaat veel kans niet goed.
We hebben inmiddels zoveel van dit soort momenten meegemaakt dat we het bijna normaal gaan vinden. En dat is misschien nog wel het gevaarlijkste van alles. Mensen passen zich snel aan, aan de nieuwe situatie. Ook de nieuwe situatie wordt telkens weer normaal. Zelfs oorlog wordt normaal
Voor hen. En ook wel een beetje voor ons.
Totdat je weer wegrijdt. En je in de auto zit. En je beseft dat je net mensen hebt achtergelaten waarvan je niet weet of ze er morgen nog zijn.
Dat blijft hangen.
Niet alleen de grote verhalen.
Maar ook de kleine.
De kop thee.
De blik in iemands ogen.
En het gevoel dat je bijna te laat bent, terwijl zij het nog te vroeg vinden.


