''Handen schudden''
- 1 jul
- 2 minuten om te lezen
Ik kijk regelmatig televisie en dan zie ik ook wel eens De Rijdende Rechter. Leuk om naar te kijken. Het blijft bijzonder hoe mensen de grootste problemen kunnen maken over de kleinste dingen. Een boom die blaadjes laat vallen of een schutting die tien centimeter verkeerd staat. Het brengt mensen in alle staten, het hele leven hoeft voor hen dan niet meer.
Waar ik dan altijd extra om moet lachen is het einde. De rechter heeft dan uitspraak gedaan en vervolgens wordt gevraagd of de buren elkaar een hand willen geven. Regelmatig weigeren ze dat.
Er zijn best mensen die ik niet aardig vind. Of sterker nog, die ik helemaal niet moet. Maar als ik ze tegenkom en ze steken een hand uit, dan geef ik die gewoon.
Afgelopen week waren wij in het westen van Oekraïne bij een gevangenis waar Russische en buitenlandse militairen gevangen zitten die tijdens de oorlog krijgsgevangen zijn gemaakt. We mochten vrij door de gevangenis lopen en met iedere gevangene spreken, zolang hij dat zelf goed vond.
Een van de eerste gesprekken was met een Egyptische militair. Hij vocht in het Russische leger voor geld en een Russisch paspoort. Vanaf het moment dat hij tekende wist hij dat hij naar het front zou gaan.
Hij had geen politieke voorkeur voor Rusland of Oekraïne. Hij was dus bereid te doden voor geld en een paspoort.
We hadden een uitgebreid gesprek. Er kwamen allerhande verklaringen en excuses. Ik was het met vrijwel alles wat hij zei oneens. Maar na het gesprek gaf ik hem zonder na te denken, uit automatisme, een hand.
Later die dag spraken we met meerdere krijgsgevangenen. Sommigen vertelden dat ze spijt hadden of hadden allerlei verklaringen waarom ze waren gaan vechten. De meesten waren verbaasd hoe humaan ze werden behandeld in de gevangenis en sommigen beseften dat ze het in de gevangenis beter hebben dan aan het front. Ik luisterde naar hun verhalen, maar ik gaf niemand meer een hand.
De laatste met wie ik sprak was opnieuw een Rus. Hij was niet van mening veranderd. Hij was naar het front gegaan, omdat hij patriot is én omdat het heel goed betaalde. Volgens hem hoort Oekraïne bij Rusland. Het doden van Oekraïense militairen was volgens hem terecht.
Maar ook het doden van burgers.
En van kinderen.
“Oorlog is oorlog,” zei hij.
Tijdens het gesprek bleef ik beleefd, maar mijn boosheid veranderde steeds meer in woede.
En aan het einde?
Gaf ik hem een hand?
Nee.
Nog liever mijn rechterhand eraf dan dat ik hem een hand zou geven.
Binnenkort zullen we beelden publiceren van ons bezoek aan de gevangenen


